Logo mooilaarbeek.nl
Martien Coppens, Dorpsvrouw, grensgebied Peel, Kempen en Meierij, 1932-1933. Collectie Het Noordbrabants Museum, © Martien Coppens / Nederlands Fotomuseum   | Fotonummer: 72ef4a
Martien Coppens, Dorpsvrouw, grensgebied Peel, Kempen en Meierij, 1932-1933. Collectie Het Noordbrabants Museum, © Martien Coppens / Nederlands Fotomuseum (Foto: )

Martien Coppens, Gerrit van Bakel en Johan Claassen in expositie ‘Poëzie van de Peel’

  Kunst & Cultuur

Laarbeek - De kunstenaars Martien Coppens (Lieshout), Gerrit van Bakel (Deurne) en Johan Claassen (Beek en Donk) zijn onlosmakelijk verbonden met het boerenleven in de Peel. De Peel, het hoogveengebied op de grens van Noord-Brabant en Limburg met z’n gevarieerde landschappen en een rijkdom aan vogels is een van de belangrijkste natuurgebieden van ons land.

Lange tijd werd er turf gewonnen. Ondanks de verschillen in discipline hanteren Coppens, Van Bakel en Claassen dezelfde thema’s: de boerengemeenschap, de cyclus van seizoenen, leven met de elementen en verbondenheid met de natuur. Deze thema’s, die op een dromerige wijze in hun werk worden verbeeld, zijn samengebracht in een nieuwe tentoonstelling: Poëzie van de Peel is vanaf 7 november 2020 te zien in Het Noordbrabants Museum.

Zwart-wit fotografie
In verschillende zwart-wit fotoseries legde Martien Coppens (Lieshout 1908-1986 Geldrop) het landschap en de bewoners van de Peel vast. In de verweerde gezichten en rauwheid van de plattelandsbevolking zag hij een zekere romantiek. Volgens hem bezaten deze boeren een intuïtieve levenswijsheid, gebaseerd op een zintuigelijke ervaring van de natuur. Deze zou door de technologische vooruitgang onder druk komen te staan. Ook fotografeerde hij het veenlandschap met het zogenaamde kienhout dat hij daar tegenkwam. Door het kienhout als onderwerp te nemen en met verhoogd licht-donker contrast af te beelden, wordt het verheven tot een bijzonder object. Sommige stukken hout zijn duizenden jaren oud, maar goed geconserveerd door de veengrond.

Elementen van de natuur
De machines van Gerrit van Bakel (Ysselsteyn 1943-1984 Deurne) lijken ver weg te staan van de natuur, maar het tegenovergestelde is waar. De elementen van de natuur staan namelijk centraal in zijn werk. Zo functioneren de door hem geconstrueerde ‘automobieltjes’ volgens het dag- en nachtprincipe: door het warmteverschil tussen dag en nacht krimpen dingen en zetten ze weer uit. Dit principe gebruikt hij om de machines te laten bewegen. Als boerenzoon zag Van Bakel hoe technologische vernieuwing het boerenbedrijf veranderde. Volgens hem verstoorde dit ‘de harmonie van het karrespoor’: de verbondenheid tussen land en boer. In zijn kunst probeerde Van Bakel deze verdwenen harmonie weer terug te vinden.

Primitieve boerenwerktuigen
De werken van Johan Claassen (Beek en Donk, 1943) hebben iets voodoo-achtigs en primitiefs. Het zijn onder meer oude boerenwerktuigen die hij als werktuig onbruikbaar maakte. In zijn werk, dat vaak gaat over menselijke werkzaamheid in de natuur, de liefde en alledaags geluk, worden verschillende disciplines als vanzelfsprekend tot een geheel gemaakt. Zijn werk bezit, in een menging van melancholie en humor, een sterk associatief karakter.

De kracht van Het Noordbrabants Museum is het wisselende aanbod. Aan de ene kant toont het museum cultureel erfgoed en internationaal gevierde kunstenaars en aan de andere kant is er aandacht voor kunstenaars met een basis in Brabant. Hierbij vormt jong talent de reeks ‘Brabantse Nieuwe’, terwijl reeds gevestigde kunstenaars centraal staan in de serie ‘Van eigen bodem’.

Meer berichten